De uitwedstrijd tegen Feyenoord bepaalt zondag of Excelsior de play-offs ontloopt. Het lukte de Kralingers eerder om zich rechtstreeks veilig te spelen bij de stadsgenoot op Zuid. In het laatste Pro Excelsior magazine blikten we – bij toeval – terug op deze wedstrijd van zondag 14 mei 1972. Handhaving had Excelsior op die dag volgens velen niet aan zichzelf te danken…
Excelsior acteerde in 1971-1972 voor het tweede seizoen op het hoogste niveau, maar met nog twee duels te gaan was het allerminst zeker of een derde jaar zou volgen. De ploeg van trainer Joop Castenmiller was met DWS, FC Den Bosch, FC Volendam en Vitesse in gevecht tegen degradatie en had met Feyenoord (uit) en FC Utrecht (thuis) een loodzwaar slot voor de boeg. Excelsior verdedigde als nummer vijftien twee punten voorsprong op de gevarenzone.
Desondanks had Castenmiller, er twee dagen voordat de Kralingers de oversteek naar Zuid maakten, het volste vertrouwen in. “Wij hebben al eerder moeilijkheden overwonnen”, zo verwees hij in het Algemeen Dagblad naar het 1-1 gelijkspel een week eerder tegen MVV, ondanks het gemis van de belangrijke ausputzer Wim Tetteroo vanwege een maagoperatie. “Feijenoord en Utrecht zijn natuurlijk wel moeilijker, maar als wij uit deze twee wedstrijden één punt pakken, geloof ik dat het wel voldoende zal zijn. Ons doelsaldo is zes treffers in het voordeel van Vitesse, dat betekent tenslotte ook een competitiepunt.”
Voor Feyenoord stond er op deze zondagmiddag op Moederdag niets meer op het spel. De ploeg van Ernst Happel was al verzekerd van een tweede plaats achter landskampioen Ajax. Om die reden hoopte Castenmiller dat Feyenoord weinig geïnspireerd voor de dag zou komen in de derby. En dus gokte hij op het dichthouden van de achterhoede om met een 0-0 gelijkspel het nodige punt binnen te halen. Het Rotterdamse dagblad Het Parool noemde de hoop van de oefenmeester nog net geen illusie en sprak bij voorbaat van een kansloze opgave. ‘Zaak voor Excelsior (…) om de nederlaag zo klein mogelijk te houden.’
Maar het punt kwam er. In De Kuip werd het 1-1 en door de resultaten op de andere velden was Excelsior veilig. Maar of de Kralingers het gelijkspel aan zichzelf te danken hadden? Dat was diezelfde dag bij degradanten FC Volendam en Vitesse en een dag later in de dagbladen onderwerp van discussie.
Met de kop ‘Pover verzet van Feijenoord’, was het Algemeen Dagblad nog het meest mild. ‘Burenhulp vindt geen waardering’, kopte NRC Handelsblad. De Volkskrant koos voor ‘Klucht Feyenoord tegen Excelsior’.
‘Het zag er allemaal zo slecht uit. Feyenoordspelers die zo op het eerste gezicht vol ijver ronddraafden, zelfs een herhaaldelijk mee naar voren trekkende Rinus Israel, en een in de verdediging gedrukt Excelsior. De show was zelfs zo perfect dat Excelsiortrainer Joop Castenmiller geëmotioneerd zijn spelers na het laatste fluitsignaal van scheidsrechter Boosten stuk voor stuk de hand kwam drukken om hen te feliciteren met het gelijke spel’, schreef de correspondent in De Volkskrant alsof hij er zeker van was dat het op een akkoord was gegooid.
De verslaggever van NRC Handelsblad had het, getuige een verslag vol frustraties, eveneens weinig naar zijn zin. Het verslag begon nog met de constatering dat een akkoordje ‘natuurlijk nooit te bewijzen’ viel. ‘Maar het had er gisteren in de Kuip alle schijn van dat het ‘grote’ Feyenoord het ‘kleine’ Excelsior doelbewust een vriendendienst bewees. Zelden in de geschiedenis zal Feyenoord zo vriendelijk tegen een tegenstander geweest zijn als nu tegen Excelsior het geval was’, waarmee hij de frustratie van een groot deel van de slechts 19.000 supporters, een laagterecord in De Kuip dat seizoen, deelde. ‘Zonder uitzondering waren de Feyenoorders nog te beroerd om het ene been voor het andere te verzetten.’
Toch kwam Feyenoord al na drie minuten spelen via Rinus Israel op voorsprong, iets wat niet past in het scenario van burenhulp. ‘Het leek er dan ook veel op dat daarna alle mogelijke manieren dat regiefoutje zo snel mogelijk hersteld moest worden’, vervolgde de NRC-verslaggever vrolijk. ‘Eerst ‘verspeelde’ Israel, toch niet één van de slechtste voetballers uit het betaalde voetbal, de bal aan een overigens niet profiterende Aad Bakker en vervolgens schonk Dick Schneider Hans Bassant een passend moederdagcadeau door hem de bal op de rand van het strafschopgebied vriendelijk toe te spelen. Excelsiors linkervleugelaanvaller maakte er dankbaar gebruik van: 1-1.’
De resterende 71 minuten hadden volgens dezelfde journalist niets meer met voetballen te maken. ‘Excelsior-doelman Eddy van der Roer behoefde zelfs geen enkele maal meer een hand uit te steken. Domweg omdat Feyenoord alle mogelijke moeite deed toch vooral maar geen doelpunt te maken.’
Telegraaf-verslaggever Peter Liefhebber sprak van ‘een anderhalf uur durende enge droom. Zo omzichtig dom, futloos en dreutelig tobde Feyenoord zich door het duel tegen Excelsior heen’. In Het Vrije Volk schreef Jan D. Swart dat ‘het enige positieve’ over Feyenoord die middag was ‘dat het zich zeer sociaal-voelend ten opzichte van Excelsior heeft opgesteld’. ‘Het heeft er om alle schijn (…) te vermijden eerst nog een 1-0 voorsprong genomen’. Maar na de gelijkmaker ‘heeft Feijenoord er openlijk met zijn pet naar gegooid’.
Castenmiller wilde echter niet weten van hulp van de tegenstander. “Het belangrijkste is, dat er tactisch goed gewerkt is”, zei hij in Het Vrije Volk. Maar nadat hij hoorde dat er met name in Volendam ‘ernstige bedenkingen’ waren, liet hij zich alsnog kennen. “Dat kan best (…) ze doen maar. Maar ik heb van Hanegem op de trap horen kankeren. En ik wil de eerste Feijenoorder spreken, die vandaag geen winstpremie had willen zien.”
Winstpremie was na afloop overigens gesprek van onderwerp in de bestuurskamer van Stadion Feijenoord, zij het aan de kant van Excelsior. Castenmiller had zijn spelers, ondanks de remise, een winstpremie in het vooruitzicht gesteld maar daarmee praatte hij zijn mond voorbij omdat voorzitter van het sectiebestuur Aad Libregts nog niet was ingelicht. Voorzitter Henk Zon relativeerde de ‘ruzie’ in het Algemeen Dagblad: “Ach, in nerveuze tijden worden kleine foutjes gemaakt. We tillen er niet zo zwaar aan. Het is nu eenmaal regel dat bepaalde zaken eerst worden besproken. De jongens krijgen bij ons wat ze toekomt.”
AD-verslaggever Frans van Westen keek in zijn verslag als enige alvast vooruit naar het seizoen dat zou komen. ‘Excelsior wat nu? Is het wel verantwoord dat de club volgend seizoen in de hoogste afdeling van het Nederlandse voetbal blijft uitkomen?’, vroeg hij zich af. “Voor vandaag mag dat geen thema zijn (…) Dat is stof voor de komende weken”, zo weigerde Castenmiller die vraag te beantwoorden. Voorzitter Zon deed dat wel: “We hebben een week eerder de gelegenheid gekregen om de toekomst scherp onder ogen te gaan zien. Laat ik voor vandaag echter blij zijn.”
Foto: Algemeen Dagblad 15 mei 1972 via Delper
