Reclamebord van Pro Excelsior bij de jeugd- en amateurafdeling van de club.
Supportersvereniging Pro Excelsior bestaat 30 jaar! Ter ere van dit jubileum presenteren we tijdens over anderhalve maand tijdens ons feest het jubileumboek. Lees nu alvast een voorpublicatie van het eerste hoofdstuk: over hoe het spelen van ‘thuiswedstrijden’ in Vlissingen leidde tot de oprichting van een nieuwe supportersvereniging op 25 augustus 1995.
‘Excelsior is vaak een pionier. In 1954 waren we de eerste club die toetrad tot het betaalde voetbal. We waren ook de eerste vereniging die met shirtreclame begon te spelen. En nu zijn we weer de eerste met het spelen in een andere stad. Maar je zult zien dat ook dit initiatief navolging gaat krijgen.’ Bestuurslid Bob Heerkens sprak op woensdagavond 28 juni 1995 in Hotel Arion in Vlissingen potentiële sponsors toe. Zoals het een zakenman betaamt, dikte hij zijn woorden ietwat aan. Excelsior speelde dankzij voormalig voorzitter Henk Zon en secretaris Aad Libregts een voortrekkersrol bij de oprichting van het betaalde voetbal, maar ook vertegenwoordigers van ADO Den Haag en Feyenoord waren hierbij betrokken. In 1974 liep Excelsior in de eredivisie als eerste rond met sluikreclame op de borst, nadat FC Dordrecht en FC Volendam dit een niveau lager al deden. Maar voetballen in een andere stad? Zelfs bij Excelsior kwam dit nooit van de grond.
Martin de Jager stapte eind 1992 als voorzitter binnen bij een club die op sterven na dood was. Drie jaar later bestond Excelsior nog, maar geen enkele club had een lagere begroting dan de 1,7 miljoen gulden van de Kralingers. De 250.000 gulden die een driejarige samenwerking met de stichting FC Zeeland moest opleveren, was dan ook zeer welkom. Excelsior zou vier ‘thuiswedstrijden’ en oefenwedstrijden spelen op het veld van VC Vlissingen aan de Irislaan. Er werd afgesproken dat Excelsior ook een bijdrage ging leveren aan het opleiden van jeugdspelers in Zeeland. Mario Been zou een voetbalschool oprichten en er waren plannen voor een scoutingsapparaat. In ruil daarvoor kregen de Kralingers de helft van de wedstrijdopbrengsten en ook nieuwe sponsors zouden worden gedeeld.
In Zeeland was men op zoek naar een manier om het betaalde voetbal in de provincie in leven te houden. VC Vlissingen was in 1990 toegetreden tot het profvoetbal, maar het draagvlak bleek onvoldoende. De club kon het hoofd financieel niet boven water houden en keerde na twee seizoenen alweer terug naar de amateurs. De stichting FC Zeeland probeerde de provincie weer aan een profclub te helpen, maar de KNVB liet geen nieuwe profclubs toe. Een samenwerking met Excelsior moest ervoor zorgen dat het Zeeuwse publiek en sponsors warm zouden blijven. Bovendien bood dit de mogelijkheid om kennis op te doen van een ervaren club. ‘Als Excelsior niet had willen spelen in Zeeland, hadden we onze activiteiten definitief moeten staken. Dan had niemand er meer in geloofd’, zei Huib Joossens, voorzitter van de stichting, na het tekenen van de intentieverklaring op 14 juni 1995.
De Jager legde twee weken later op een warme woensdagavond in Hotel Arion uit dat Excelsior de samenwerking in de eerste plaats vanwege het zakelijke perspectief aanging. ‘Dus we hebben het vooral gedaan omdat Excelsior hier beter van wordt. Ook wij profiteren als deze club straks in Zeeland veel publiek en sponsors gaat trekken. Het mes snijdt aan twee kanten.’ De delegatie van Excelsior, naast voorzitter Martin de Jager bestaande uit penningmeester Dick Jansen en bestuursleden Bob Heerkens en Sjaak Roggeveen, was naar Vlissingen afgereisd om sponsors over de streep te trekken. De club merkte namelijk terughoudendheid bij potentiële geldschieters. ‘Een club uit Rotterdam die in Vlissingen gaat spelen, levert toch wat scepsis op. We willen vanavond vooral duidelijk maken dat we enthousiast zijn en honderd procent achter de plannen staan van stichting FC Zeeland’, begon De Jager de avond. Hij beloofde wedstrijden tegen RBC Roosendaal, PSV en Sporting Lissabon en stelde extra wedstrijden in het vooruitzicht als het Zeeuwse publiek warm zou lopen.

De KNVB had op dat moment nog geen goedkeuring gegeven voor de constructie. Zakenman Heerkens zag echter geen beren op de weg omdat de reglementen van de bond niets bepaalden over het spelen van thuiswedstrijden op een ander terrein. Na gesprekken met enkele leden uit het sectiebestuur, die verteld zouden hebben dat ze het ‘een haalbare kaart’ vonden, werkten Excelsior en stichting FC Zeeland de plannen verder uit. En dus streek Excelsior in de voorbereiding op het seizoen 1995-1996 neer in Vlissingen. Op zaterdag 22 juli 1995 was Sporting Lissabon de eerste tegenstander aan de Irislaan. Na de oefenwedstrijd tegen de Portugese topclub (0-7 verlies) lieten woedende Excelsior-fans De Jager weten dat zij niets in het Zeeland-plan zagen. Een enkeling zegde zelfs zijn lidmaatschap bij de club op. De voorzitter vertelde op een persdag dat hij deze weerstand voorzag. ‘Ach, op die paar supporters kan ik ook niet kwaad worden. Ik ben blij dat we nog een paar echte fans hebben die zich ergens druk over maken. Excelsior heeft 600 leden. Als er dan maar vijf zijn die moeite hebben met een paar wedstrijden in Zeeland, betekent dat alleen maar dat we een goed beleid voeren.’
Excelsior oefende in Vlissingen nog tegen Dordrecht ’90 (0-1) en Vitesse (0-5), maar verloor ook deze duels. Een kleine maand maakte de club bekend dat de bekerwedstrijd tegen Baronie op woensdag 30 augustus 1995 de eerste officiële wedstrijd in de Zeeuwse stad zou worden. Ook RBC Roosendaal, MVV, FC Eindhoven en Telstar zouden dat seizoen naar Vlissingen komen. Tijdens de bekendmaking van het programma had de samenwerking al een ton opgeleverd, waarmee het doel voor het eerste jaar nog voor de seizoenstart was bereikt. ‘Ik zou willen dat de sponsors in Rotterdam zo warmliepen voor Excelsior’, stelde De Jager. Hij omschreef de wedstrijden als een ‘avondje uit’ voor de trouwe aanhang, die met gratis bussen naar Zeeland kon reizen. Bovendien had Excelsior hiermee een locatie voorhanden om naar uit te wijken als het eigen stadion in de toekomst zou worden verbouwd. Misschien zou Excelsior dan wel een heel seizoen in Vlissingen spelen.
De fans zagen het echter niet zitten om thuiswedstrijden zo’n 125 kilometer verderop te spelen. De toenmalige supportersvereniging verzette zich tegen de samenwerking en het moddergooien tussen supporters en De Jager eindigde op 1 augustus 1995 met het opheffen van de supportersclub. “Het was natuurlijk een idee van niks. Heerkens wilde echt dat we gingen verhuizen”, zegt Peter Bosch, toenmalig bestuurslid van deze supportersclub, dertig jaar later. “Er liep van alles door elkaar. Ook het plan om samen met Sparta op het Rivium te gaan voetballen speelde mee.” Bij zijn aantreden zei De Jager dat een nieuw stadion de enige redding was voor Excelsior. Hij had een renovatie van Woudestein voor ogen, maar blies ook nieuw leven in het plan om Excelsior en Sparta onder één dak te laten spelen. De club uit Spangen gaf namelijk meermaals aan geen toekomst meer in Rotterdam-West te hebben. Besprekingen tussen de gemeente en clubs leidden tot een plan voor een nieuw stadion voor 15.000 toeschouwers op het Rivium, het noordelijk deel van het bedrijvengebied in Capelle aan den IJssel. Zelfs een fusie werd niet uitgesloten. Maar toen het Rivium afviel als locatie, lagen de ideeën van Sparta en Excelsior zo ver uit elkaar dat een gezamenlijk stadion van de baan was.
René de Kok, voorzitter van de opgeheven supportersvereniging, tekende in Voetbal International op waarom de groep er de brui aan gaf. ‘Het is triest, maar we hebben vastgesteld dat alles wat we hebben gedaan om de supporters enthousiast te maken vergeefse moeite was. Onze acties leverden heel weinig respons op. Neem vorig seizoen. Excelsior deed mee aan de nacompetitie, maar wij slaagden er niet eens in om ook maar een bus vol te krijgen voor de uitwedstrijden. Dat zegt toch genoeg, men heeft gewoon geen band met de club. Slechts tien tot vijftien mensen gaan met de uitwedstrijden mee (…) De club heeft geen echte supportersgroep. Bij andere clubs zie je dat de fans bij elkaar zitten, maar bij Excelsior zitten ze verspreid door het stadion.’
Bestuurslid Bosch: “Toen ik op vakantie was, heeft de rest van het bestuur besloten te stoppen met de vereniging. Daar was ik het niet mee eens, dus belde ik met Martin de Jager. Ik vertelde hem dat ik Excelsior-supporter was, hoe dan ook door wilde en andere mensen ging zoeken.” De Jager kreeg het besluit net als Bosch per brief meegedeeld en een dag later kwamen de twee bij elkaar. De voorzitter wenste een nieuwe supportersclub om de betrokkenheid van fans te vergroten. Na de aanvaring met de vorige groep was de club wel enigszins terughoudend geworden. Toch kreeg Bosch goedkeuring van De Jager om een nieuw bestuur te vormen, vergezeld met de boodschap om te zoeken naar ‘een paar echte supporters die blijven’.

Rond dezelfde periode, op 9 augustus 1995, plaatste Voetbal International een ingezonden brief van een ander groepje Excelsior-fans. ‘De echte Excelsior-supporters dachten dat voorzitter Martin de Jager, die fel tegen het verzetten van Excelsior-Go Ahead Eagles naar Spangen was omdat Excelsior het thuisvoordeel hierdoor zou verliezen, dit voorstel lachend van de hand zou wijzen. Maar nee, Martin de Jager stemde ermee in (…) Laten ze nou maar gewoon op het eigen Woudestein blijven, anders raken ze dadelijk dat kleine groepje trouwe supporters ook nog kwijt. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van deze promotieactie voor het betaalde voetbal? Of verkiest ook Excelsior geld boven de supporters?’ De brief was ondertekend door medewerkers van fanblad Pro Excelsior, een groepje jongeren uit Ridderkerk. Zij kwamen een seizoen eerder voor het eerst op Woudestein, toen Excelsior door een 2-2 gelijkspel tegen FC Emmen de periodetitel won. Ze vierden het feestje op houten banken van de tribune die eigenlijk voor uitsupporters bedoeld was. Een deel van de groep bleef komen, raakte met steeds meer fans in gesprek en bouwde zo een steeds grotere kring op. Maar toen ze een sjaal wilden kopen, kregen ze te horen dat dit niet kon omdat de supportersvereniging in onmin leefde met het clubbestuur. Op dat moment kwam bij de Ridderkerkers het idee op om een fanblad te gaan maken, wat dus Pro Excelsior werd.
De groep vroeg aan De Jager toestemming om het blad, dat thuis en op school in elkaar werd gezet, in het stadion te verkopen. Aan het begin van het seizoen 1994-1995 werd de eerste uitgave van tien stuks van het ‘fanblad voor de Excelsior-supporter’ voor één gulden aangeboden. Op de voorkant prijkte een tot spandoek omgevormd bloemetjesgordijn met daarop ‘Ridderkerk’. In het blaadje was onder meer een verslag te lezen van de reis naar Alkmaar voor de nacompetitiewedstrijd tegen AZ (0-1 winst). De supportersbus reed niet en dus gingen drie supporters op eigen gelegenheid naar de Alkmaarderhout.
Dankzij De Jager kwam Bosch in zijn zoektocht naar een nieuwe supportersvereniging met dit groepje Ridderkerkse jongeren in contact. Volgens de voorzitter kon het geen kwaad als het stel eens met elkaar om tafel zou gaan zitten. Zo geschiedde op vrijdag 25 augustus 1995 in Café Tijl tegenover Woudestein. Naast Peter Bosch en Dennis van der Neut zaten hier namens Pro Excelsior Pascal Wernke, William Rijsdijk en René van Kessel. De gesprekken waren zo positief dat op datzelfde moment een bestuur werd gevormd. Alle aanwezigen traden toe tot het bestuur van supportersclub Pro Excelsior, dat enkele jaren later werd hernoemd tot supportersvereniging. Peter Bosch werd unaniem gekozen als voorzitter. Pascal Wernke werd secretaris, René van Kessel penningmeester, Dennis van der Neut kreeg commerciële zaken toebedeeld en William Rijsdijk algemene zaken.
Op dat moment was al duidelijk dat Excelsior gewoon in Kralingen zou blijven spelen. Op 14 augustus 1995, twee weken voor de bekerwedstrijd tegen Baronie, stak de KNVB een stokje voor de constructie met ‘thuiswedstrijden’ in Zeeland. Door Excelsior toestemming te geven, zou volgens de bond een precedent worden geschept, competitievervalsing in de hand worden gewerkt en het speelschema worden verstoord.
Het jubileumboek van Pro Excelsior komt op 10 oktober 2025 uit tijdens het jubileumfeest van de supportersvereniging. Alle leden van de supportersvereniging ontvangen een gratis exemplaar. Niet-leden kunnen het boek aanschaffen voor 10 euro.
